zaterdag 14 april 2012

LIED BIJ HET JUBILEUM OF HET AFSCHEID




Liederen bij het afscheid van ROELIE MAKKINK

Juli 2000

In ’t groene land

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeien,
Daar gaf zij eens lessen in Oldehoof
En leerde zij dames: Wordt later nooit sloof!
Waar koeien grazen en straaljagers razen.
In Oldehoof.
Waar vogels tieren en boeren gieren
In Oldehoof.

In t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeien,
Daar gaf zij lessen aan de Reitsmaburcht
En had aan niet- werkers ontzettend de schurft.
Waar koeien grazen en straaljagers razen.
De Reitsmaburcht
Waar vogels tieren en boeren gieren
De Reitsmaburcht.


In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeien,
Daar werkte z’in  Roden veel in de tuin,
maar al dat tuinieren: Het werd haar te bruin.
Ze kon wel huilen en wou wel ruilen
Met het huis van Nel,
Waar minder tuin was en ook wat meer gras,
Het huis dus van Nel.

In ’t groene land, in t stille land,
Waar paardenbloemen groeien.
Daar geeft zij geen les aan de Reitsmaburcht
Em ploetert en zweet zij zich als docent niet meer suf,
Waar kinderen zeurden
En Roelie opbeurde.
De Reitsmaburcht, waar zij gaat scheiden
Een ander leven leiden.
Het ging toch wel vlug.

WIE? ROELIE!

Wie werd 60 jaren oud en kreeg van haar klas een grote koek?
Dat was Roelie, want men zag haar als een kloek.
Maar helaas zat in de koek toch wel heel erg veel anijs.
Betaalde zij voor populariteit de prijs?
Oude wijvenkoek, oude wijvenkoekoek.
Toch moest er van haar geen leerling in de hoek.
Oude wijvenkoek, oude wijvenkoekoek.
Toch moest er van haar geen leerling in de hoek.

Wie hield vorig jaar in juli voor haar klas een lange speech.
Dat was Roelie, vond de werklust heel vaak niets.
’t Was een cri de coeur van haar, waaruit betrokkenheid toen bleek,
Zodat zelfs de onverschilligste bezweek.
Roelie gaf gas, Roelie gaf gas.
Sprak voor ’t laatst nog even pittig met de klas.
Roelie gaf gas, Roelie gaf gas.
Sprak voor ’t laatst nog even pittig met de klas.

Wie werd naast docent van pubers ook nog oma van klein grut?
Dat was Roelie, maar dat past mooi bij de vut.
Kan zij straks zonder die punkers toch grootmoederlijk steeds zijn,
Want dat moederen dat vindt ze echt wel fijn.
Wat nu opoe, wat nu opoe
Liever toch heet ik dan beppe of omoe.
Wat nu opoe, wat nu opoe
Liever toch heet ik dan beppe of omoe.

Wie verlangde naar afleiding met hret oog op haar pensioen?
Dat was Roelie en zij zuchtte, wat te doen?
In de tuin kan ik niet werken, maar wel lopen met een hond.
Lopen wij gezellig samen blokjes rond.
Dat werd Pluk, dat Werd Pluk.
’t Is een terrier en gauw wat van zijn stuk.
Roelie Gauss, Roelie Gauss.
Dat autistische  krijgt zij er wel eens aus.

Wie kan lekker eten koken en lust alles zelf ook nog?
Dat is Roelie en zij is een superkok.Soms denk ik wel eens stiekem in mijzelf:
“De wijsheid van een hond,
Komt die alleen mar uit zijn kont?
Is het alleen maar shit,
Waarmee ik dus mee zit?
Ja, ik zit ermee,
Want waar is hier een hobdenplee?
Sta ik hier weer lullig met mijn hondenschepje.
Kom nou toch Pluk, haast je, rep je.

Gesprek met HENNIE over boulemie:








ROELIE:
Ik heb dit weekend een artikel gelezen over boulemie. Weet je dat dat ook voorkomt op onze leeftijd? En ik dacht, dat alleen hele jonge meisjes dat kregen?









HENNIE:
Jawel, maar het hoort toch bij anorexia?











ROELIE:
Heb jij dat dan wel?
HENNIE:
Nou zeg, ik mag toch zelf weten of ik spuitwater drink op school?
ROELIE:
Nou, je hoeft niet zo gepikeerd te doen? Ik dacht dat jet het wel interessant vond!
HENNIE:
 Ja, maar niet als het op mezelf  slaat. Hoe is het  trouwens met je gewicht? Wanneer heb je voor de laatste keer gekeken?
ROELIE:
Dacht je dat ik dat dan nog durfde na de laatste keer. Oh, ik ben me rot geschrokken! Je hebt het toch niet meer…….? Maar ik had het wel. En ik had zo lekker gekookt! Dat heb ik nou altijd! Je wordt er zo radeloos van.
HENNIE:
Hier neem nog wat spuitwater! Daar knap je van op.
ROELIE:
Ik was zo kwaad op mezelf. Ik heb alles wat nog over was bij Pluk in de bak geflikkerd. En wat ik anders nooit zal doen, ik heb gezegd: “Vreet kreng, dan krijg je lekker ook anorexia, of je wordt moddervet en wil je niet steeds wandelen!
HENNIE:
Nou, nou het heeft je geloof ik wel te pakken!
ROELIE:
Oh, Hennie, kunnen we niet samen iets afspreken, ik tred het gewoon niet in mijn eentje.
Hennie:
Weet je wat we?…..We vragen het aan Ina. Die weet er vast wel iets op.
Roelie:
 Je bedoelt dat die steeds zo slank blijft? Nou je dat zegt, daar zit wel iets in ……..of, zeg Hennie maar…….zou het niet kunnen zijn, dat Ina misschien ook wel……., nou misschien zonder dat het indirect opvalt……. Ook een heel klein beetje last heeft?
Hennie:
Je bedoelt van anorexia?
ROELIE:
SSSST…….Niet zo hard! Ja,………kan toch……?
HENNIE:
DAT ik daar nooi bij stilgestaan heb? Maar Roelie?
ROELIE:
 Ja, Hennie?
HENNIE:
Dan heb ik toch liever nog wat overgewicht? Jij dan?
ROELIE:
 Zeker weten!
HENNIE: Wat een opluchting? Kunnen we niet wat afspreken ROELIE?
ROELIE:
Wat Hennie?
HENNIE:
 Dat ik binnenkort nog eens lekker bij je komt eten en dat jij dan kookt?
ROELIE:
Ja, dat doen we meid! …..Dan vieren we dit gewoon!
HENNIE:
Maar je zet dat achterlijke spuitwater niet op tafel?
ROELIE:
OK Hennie, jij je zin!.

BEKENDE KRETEN VAN ROELIE

“DAT VALT ME ONTZETTEND VAN JE TEGEN……”
“HOE HEBBEN ZE DAT KUNNEN DOEN………..?
“BEGRIJP JE DAT NOU………?
“HOE KOMEN ZE DAAR NOU BIJ……….?
“HOE BESTAAT HET ……..JE GELOOFT JE OGEN NIET!”
“WIE BEDENKT DAT……..?
“VERVAZINGWEKKEND …….!
“WIE DOET NOU ZOIETS…….?
“JE KAN TOCH NIET SLAGEN, ALS JE NIETS DOET ……!
“MAAR BEGRIJP, DAT DAN TOCH……!
“BESPOTTELIJK……..!!!













LIED BIJ HET AFSCHEID VAN JAAP LAVERMAN
Directeur van het Lauwers College



REFREIN:

Ik zing er van JAAP;
Ik zing er van JAAP:
Ik zing er van  JAAPJE sta stil!

En waarom zou ik alle stille staan?
Ik heb van mijn leven geen kwaad gedaan!

Ik zing er van JAAP;
Ik zing er van JAAP;
Ik zing er van JAAPJE sta stil!

(Wijs: In ‘t groene dal, in ’t stille dal)

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeien.
Daar fietste eens JAAP in de buurten van Leens.
Wat hij na HBS wou, dat wist hij geeneens.
Hij kon nog niet dichten,
’t was niks met de wichter.
Zo zeeg hij in ’t gras
En dacht aan de woorden,
Die hem ’t meest bekoorden:
Te hooi  en te gras.

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeien.
Daar maakte hij toen voor het eerst een gedicht
En toen hij het las, bleek het licht en heel dicht.
Te gras en te hooi,
Dat vind ik wel mooi.
Ik doe geografie!
Te gras en te hooi, dat vind ik wel mooi.
Ook sociaal wis en drie.

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeien.
Daar werd JAAP toen leraar in Friesland , ja heus.
Van een Groningse Fries is Friesland niet vies.
En JAAP gaf zijn vakken,
Wist punkers te pakken
Op het gym en ook de PA.
Hij beschreef het verleden.
Deed de aardkloot nog even.
Zo ging ’t jaar na jaar.

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeien.
Daar kwam hij tenslotte in Buitenpost,
Verdiende als leraar nog even de kost.
Zo vlak bij een eiland,
Waar hij jut op ’t strand.
Dat stond hem wel aan
Van Sils Lobke van Zweden.
Kon hij steeds weer lezen
Op Terschelling.

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeien.
Daar werd JAAP conrector, dat moest toen van thuis.
Een docent zonder titel, dat is ja niet pluis.
Altijd maar die lessen,
Nooit wat anders te kletsen.
Jij wordt ook nog rector!
Altijd maar die lessen,
Die je leven verpesten.
Dus nu noh rector.

In ‘ t groene land, in ’t stille kland,
Waar paardenbloemen groeien.
Daar geven wij les aan het Lauwerscolleeg
Wen ploet’ren en zweten wij allen ons leeg.
Waar koeien grazen
En straaljagers razen.
Het Lauwerscollege,
Waar vogels tieren
En boeren gieren
Dit colle.

REFREIN:

Ik zing er van JAAP,
 ik zing er van JAAP{,
ik zing er van JAAPJE sta stil.

En waarom zou ik stille staan?
Ik heb van mijn leven geen kwaad gedaan!

Ik zing er van JAAP,
Ik zing er van JAAP
Ik zing ervan JAAPJE sta stil.

LIED
(Wijs: In Holland staat een huis)

Hij zette zuch erg in
En kreeg in veel zijn zin,
Want als je dan eens rector bent,
Dan toon jij je altijd een vent.
Je bent altijd heel vroeg;
Nooit weg zonder ’t klokje sloeg.

Er kwam een fucie aan.
Daar moest veel aangedaan.
Hij keek ook over Friese grens
Vervulde voor Grijpskerk een wens,
Verbouwing kwam eraan.
Politiek zag men hem staan.

Hij bouwde erop los
Elke locatie was de klos.
Zo groeide toen de school maar door;
Ook nog ’t gymnasium kwam erdoor.
Dat alles zonder leed;
Zie je bij fusies  bij de vleet.

JAAP LAVERMAN een echte Fries
Werd dus in Grins echt wies.
Hij hield wel wat van sociaal.
Genoot van UITLEG ’t meest van al.
Hij stopt nu met zijn werk:
Nooit stond de school zo sterk.



REFREIN:

Ik zing er van JAAP,
Ik zing er van JAAP,
Ik zing er van JAAPJE sta stil.

En waarom zou ik stille staan?
Ik heb van mijn leven geen kwaad gedaan?

Ik zing er van JAAP,
Ik zing er van JAAP,
Ik zing er van JAAPJE sta stil.


TOCH BLIJFT U MOEDIG FIETSEN!!

NOORHORN      GRIJPSKERK

Peinzend aan Holland
Zie ik brede rivieren
Van snert door mijn
Keel gaan

DAS LEHREN GELERNT
           UND
DAS LERNEN GELEHRT


BART VROLIJK
25 jaar jubileum onderwijs


Toen onze Bart nog Bartje was,
Was hij aardig om te zien.
Hij heeft in Bellingwolde
Het eerste licht gezien.
Hij zoog nog duim, had luiers om.
Hij lag nog in een wieg.
Zijn moeder wist het dadelijk.
Dit ventje wordt heel kwiek.

Hij groeide daar voorspoedig op.
Er kwamen er no twee.
En eenmaal op de jaren
Pakte hij een schooltje mee.
Hij hield niet zo van meesters,
Dus koos hij er maar één.
Dat was dus Henny Huisman,
Zo’n zes jaar naar ik meen.

Die Huisman zag wel wat in Bart.
Hij vond hem slim genoeg.
Hij sprak: “Stuur hem maar voor mijn part,
Dus naar Onstwedde toe.
Voor d’ulo daar was hij al klaar,
Veel fietsen op en neer.
Nart groeide maar, en groeide maar
En zag zijn Baukje daar.

Met Bart zat dat heel snel al goed.
Hij zag haar overal
Op school en ook bij vrienden
En niemand vond het mal.
Een herder heeft een herdershond
En Baukje had dus Bart
En toen hij haar een pootje gaf,
Ging er iets moois van start.

Met d’ulo zelf begin je niets
En boeren zijn er zat
Bart had het wel geschoten.
Hij ging maar naar de stad.
Een kleine eerst, naar Assen toe.
Hij ging er naar de kweek,
Maar wat er ook gebeurde,
Liet Bauk niet in de steek

Hij ging op kamers in de kost,
Verliet het ouderlijk huis.
De moeder van Jan Kremer,
’t was er helemaal niet pluis.
Met ene Harm at hij daar dan
En moesten het samen doen.
Ze aten beiden uit een bord.
Zij deed hen op rantsoen.

Na ’t eten hadden Harm en Bart
Nog honger voor wel tien.
En om te overleven
Nog vaak patates gezien.
Zij tankten bij de frietjesboer
En kwamen aan hun taks.
Bij Kremer was ’t goed voeden,
Maar eten doe we straks.

Bij Bart ging ’t van een leien dak.
De studie ging steeds voor.
Hij werd een echte meester.
Ook ’t baardje kwam erdoor.
Hij ging in dienst, marcheerde wat
En reed veel als chauffeur.
Zo kon hij erbij zitten
En dacht: “Zie hoe ik scheur!”

Zijn Baukje was toen al aan ’t werk.
In Nieuwe Pekela,
Zij gingen daar dus wonen.
De kind’ren kwamen dra.
“Juf krijgt een kind, weet meester dat?”,
 zo sprak de jeugd op school.
En Bart kwam er toe achter,
Zijn kroost kwam niet uit kool.

Een zoon werd hem geboren
En Arjen was zijn naam.
Hij was direct tweebenig,
Verwierf daarmee veel faam.
Hij schopte al in moederschoot
Voetbalde overal.
Maar nu hijzelf ook vader is,
Staan de schoenen steeds op stal.

De tweede zoon dat was dus Hans,
Voorwaar een slimme heer.
Hij ging dus heel laat praten.
Men begreep hem elke keer.
Hij sprak alleen als het echt moest
En kreeg toch wel zijn zin.
Een vader, moeder Vrolijk?
Zij trapten er steeds in.

Toen Hans een jaartje oud was
Werd Pekela te klein.
Baukje dacht: “Ik ga verhuizen.
Ik moet in Zuidhorn zijn.
Aan WALDASTRAAT en LANGESTRAAT
Laat ik mijn Bartje uit.
Die was weer aan ’t studeren,
Had weinig vrije tijd.

Bij Visser ging hij werken.
Die zag maar met één oog
En als er iemand stout was,
Dan zei die man heel droog:
“Of dacht je dat ik halfblind was
En dat ik het niet zag?”
En Bart en zijn collega’s
Stonden te stikken van de lach.

De ulo werd toen mavo.
Dat heette mammoetwet
Het onderwijs werd nu zo.
Overboord werd veel gezet.
Je hoefde niets te leren,
Begrijpen des te meer
En altijd maar doorstromen.
Niemand begreep het meer

Bart moest toe ook dekaan zijn.
Hij kreeg daar uren voor.
Ging ’t liefst nog naar een kokschool
Niet om ’t vergaad’ren hoor.
Dineerde daar als proefkonijn
En deed dat met plezier.
Want sinds die tijd in Assen
Had hij honger als een beer.

’t Liefst ging hij fonduen
Hij deed dat in een groep
Tot in kleine uurtjes,
Na afloop graag nog soep.
Fondue en snert, snert en fondue.
Hij lustte daarvan pap.
Na een week geen groene erwten
Werd Bartje  vrees’lijk slap.

Bart bleef daarnaast studeren
En deed nog Duits erbij.
En naast het corrigeren
Was hij dus nooit meer vrij.
Hij liep nog wad naar Ameland,
Naar Schier en Engelsmanplaat.
En stampte rond op gympies
Tot ’s avonds heel erg laat.

LIED

(Wijs: Zonnetje gaat van ons scheiden)

Bartje heeft zich geschoren
Is zijn baardje kwijt.
Vee schoonheid ging verloren.
Wellicht dat ’t beter vrijt.

Bartje moet zich nu scheren
Elke dag vroeger uit bed.
Dat moet hij eerst weer leren.
Zo vroeg uit ’t warme bed.
Bartje heeft zich geschoren
Is nu zijn baardje kwijt
Veel schoonheid ging verloren,
Wellicht dat ’t beter vrijt

In deze hippe jaren
Was Bart ook hippie mee.
Hij droeg haar op de schouders
En was daar happy mee.
Bekijk je nu een foto,
Zie je langharig tuig
En eerlijk is ook eerlijk
Bart hield wel van wat ruig.

Een Citroë daar reed hij in
Dat was zo’n bakkerskar
Hij kon daar goed in scheuren
Het werd hem nooit te bar
Jaar in , jaar uit reed hij daarin
Bart kreeg maar geen genoeg
En kreeg hij in wat anders zin,
Was er geen gekd genoeg.

Na Jarenlang studeren
Was Bart het nu wel zat
Hij vond na al dat zitten:
“Mijn hand moet ook eens wat”.
Hij ging een muurtje mets”len
En stond wat boek erbij.
Is nu een allround vakman,
Maar is helaas nooit vrij.

Na jaren rustig werken
In Noordhorn op de school.
Ging Jaap hem fusilleren
En deed dat toen met Kool.
Venidi, vidi fusie
Grijpskerk deed hij erbij
Hij gaf daar handelskennis.
Men was met hem wel blij.

Zo vlogen al die jaren
Toch razendsnel voorbij.
We kunnen zo wel doorgaan
Met nog een lied of vijf
Het opa- zijn vindt hij wel fijn
Hij steekt er veel tijd in.
Marissa krijgt een poppenhuis
Ook Laurens krijgt zijn zin.

Nu onze Bart hier jubileert,
Is het aardig om te zien,
Hoe wij hier met zeer velen,
Nu zijn bij couplet tien
Bart twenty five, Bart twenty five
En wij, wij zongen live.
Wij wensen jou nog jaren toe.
Zo samen met your wife.

Na vierentwintig verzen
Moet er dus nog één bij,
Want Bart kan heus wel tellen
En heeft ze goed op rij
Dus Bart op je gezondheid
Geniet er maar eens van.
Wij stoppen nu met zingen,
Dus neem er nog één man



LIED
(Wijs: In 't groene land, in ’t stille land)

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeien,
Daar krijgen ze les aan de Reitsmaburcht
Em ploet’ren en zweten zij allen zich suf.
Waar koeien grazen
En straaljagers razen
De Reitsmaburcht,
Waar vogels tieren
En boeren gieren
De Reitsmaburcht.

TEKST

Hij vertelt ons allerlei
Over de bloeimaand mei.
Over vogels over vissen;
Hoe een mier……….moet pissen;
Hoe een worm …….een worm ontmoet;
Hoe een mol………..het onderdoet;
Hoe een geit en een ram…..maken dsamen een klein lam;
Hoe een vlinder………..knipoogt;
Hoe een vis………..haar schubben droogt;
Hoe een koe………. Vangt een haas;
Hoe een visser……..een dikke baars;
Hij vertelt over artisjokken;
Heeft het over eierstokken.
Zelf eet hij volkorenbrood,
Werd daarvan als leraar groot,
“t Milieu is voor hem geen plastic zak
Nee, daarvan heeft hij echt tabak.
Met dat plastic is hij helemaal niet blij.
Het is nog erger dan een varkensmesterij,
Hoewel ze die in Oldehove ook nie zo zien zitten,
En wees nou eerlijk wie wil in die stank toch pitten.
De helft van de week vist hij in ’t Reitdiep
Waar hij met kind’ren in de toekomst zich verdiept.
Als ouderling hput hij van zware wijken;
Een last waaronder hij nimmer zal bezwijken,
Want humor is beslist zijn sterke puntBij diploma- uitreiking is zijn toespraak steeds een stunt.
Hij begint met een algemeen verhaal,
Over dingen die we weten allemaal.
Dan zet hij je met een cadeautje in je hemd
En ben je ineens niet meer een grote vent.
Het geheel wordt afgemaakt met een gedicht
En daarin redt hij weer iets van je gezicht.
Graag komt hij onrust bij je stoken,
Als je maar steeds blijft roken.
Al gaat het je nog zo vervelen,
Hij blijft je ziel bespelen,
Totdat je dan ten einde raad
Het roken toch maar laat.
Hij houdt zichzelf graag op de vlakte,
Omdat hij in de bergen tegen een paaltje kwakte.
“Au”, sprak hij toen, “Vrouw Juk, dat deed erg zeer, “
waarop zij zei: “Dan duw ik je niet meer!”


LIED
(Wijs: Daar was laatst een meisje loos)

Daar was laatst heer Juk heel loos.
Hij wilde skiën; Hij wilde skiën.
Daar was laatst heer Juk heel los.
Hij wilde skiën een hele poos.

Het reisplan werd toen uitgewerkt.
Op naar de bergen, op naar de bergen.
Het reisplan werd toen uitgewerkt.
Op naar de bergen, dat leek niet zo gek.

Als je wilt skiën, is sneeuw toch wel fijn
Om op te glijden, om op te glijden.
Als je wilt skiën moet sneeuw er wel zijn,
Als je wilt glijden, is dat wel zo fijn.

Bleek dat het nog oktober was.
Dus vewel te vroeg nog, dus veel te vroeg nog.
Bleek dat het nog oktober was.
Dus veel te vroeg en hij was dus verrast.

“Waar is die sneeuw dan?”, vroeg hij verbaasd.
“Zie je iets wits hier? Zie jij iets wits hier?
“waar is die smeeuw dan? , vroeg hij verbaasd
En ook zijn Ina kreeg toen toch ioets vaags.

Toen zijn ze gaan wand’len in de natuur.
Hoog in de bergen, hoog in de bergen.
Er vielen wat v;okken, ’t weer werd wat guur.
Hoog in de bergen en goede raad duur.

Zij zijn toen per skilift afgedaald.
Dat was dus balen, dat was dus balen.
Ze zijn toen per skilift afgedaald
Dat was dus balen en te duur betaald

LIED
(Wijs: In ’t groene dal, in ’t stille dal)

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardebloemen groeien,
Hiekd hij : Alle leerlingen bij de les”
Voorkwam dus heel vaak onnodig geklets.
Waar Karel “centraal” wil,
Houdt ieder zich gauw stil
De Reitasmaburcht,
Waar Karel expert doet,
’t zelf denken ook eerst moet,
De Reitsmaburcht.




TEKST

Als les geeft………gaapt hij
Als hij tennist……. Volleert ie
Als hij volleybalt ……smasht ie,
Als hij meisje ziet …… zeurt ie
Als hij fietst …….. rouleert ie
Als hij hardloopt ……… sjokt ie
Als hij hobbiet …………. Teken hij
In zijn lokaal was nooit kabaal
Maar barstte het van papieren en boeken.
Op zijn bureau en in alle hoeken.
En als hij iets geinig hoorde,
Ging hij ’t in de schoolkrant verwoorden.
Als het zont ……. Tuiniert,
Als het veel zont …….. zwemt ie
Kraaien? ……. Kan hij niet die Haan
Want als hij wil kraaien gaan.
Staat ie al weer te gapen.
Zou die man ooit wel eens slapen?



LIED
(Wijs: Merck toch hoe sterck)

Merk toch, hoe snel hij fiets langs de weg
’s morgens al vroeg met een kromgetrokken rugje.
Zie hoe, hij trapt in een statige tred.
Steunend en hijgend en poestend op zijn fietsje.
Ekje morgen heel erg vroeg
Klom hij op zijn fietsje.
Voor de klok om acht uur sloeg
Floot hij reeds zijn liedje.
Zie hem gaan langs de baan
Zie hem trots rondkijken
Zie hem gaan: Jan de Haan.
Zou die fiets niet bezwijken?








LIED
(Wijs: In ’t groen land, in “t stille land,
Waar paardenbloemen groeien,
Daar schreef men een opstel voor ene De Haan
En wenste ’t ontleden steeds weer naar de maan.
Waar bijwoorden in zijn en palen te min zijn.
Ja, juist bij die De Haan.
Waar spreekbeurten l;inken.
De gier gaat stinken.
Nog een uur te gaan.





LIED

(Wijs: Marseillaise)

(a capella)

Kom jongens van
Kom jongens van
De koude vlakte,
De koude vlakte.
We moeten maar weer eens naar Frans!
We moeten maar weer eens naar Frans!
We houden niet
We houden niet
Van dar bekakte,
Van dat bekakte,
Maar zonder Frans hebben wijgeen kans.
Maar zonder Frans hebben wij geen kans.

(met begeleiding0

Franse woordjes moeten wij leren,
Le en la en conditionnel.
Nou dan weet je, dan weet je het wel.

(la capella)

Kom  jongens van
Kom  jongens van
De koude vlakte
De koude vlakte.
We moeten maar weer naar Frans
We moeten maar weer eens naar Frans.

TEKST

Juf Den Arend hoort al bij de sterken.
Eigenlijk zit zij vanavond hier te werken.
Zij maakt soms dingen vreselijk ingewikkeld.
Vooral als zij weer eens stiekem heeft gesmikkeld,
Want zij vindt het fijn te werken aan de lijn.
Voor ons valt daar geen touw aan vast te knopen.
Wekenlang kan zij haar krachten met spuitwater slopen
Om vervolgens tussen elke les gauw wat te smikkelen.
Ook heeft zij merkwaardige ideeën over bikkelen.
Zij gaat naar school om daar haar rust te zoeken,
Want thuis vind je haar in alle gaten en in alle hoeken.
Zij plant en regelt daar ’t verkeer
En is dan na het weekend helemaal geen mens meer.
Op school ploft zij op maandagmorgen
Met een tas vol zorgen
Helemaal uitgeput in haar stoel
En merkt dan op heel koel:
“Hè, hé, eindelijk rust.
‘k Ben helemaal uitgeblust.
Zo tegen een uur of elf
Kom ik wel weer tot mezelf”
En tussen Franse woorden en grammatica
Loopt ze al haar diëten nog even na.
Zo tegen een uur of drie voelt zij zich dan weer ster.
Ze groet en zegt: “Nu ga ik weer aan het werk”.
Natuurlijk weten wiuj, het is cynisme,
Want zij is aanhangster van het feminisme.
Want na het lesgeven
Moet zij thuis ook nog even werken
En die collegavlerken
Zijgen in pantoffels gestoken neer
En gedragen zich als uitgewoonde heer
Die dsoor ’t vrouwtje nodig moet verwend.
En Hennie denkt dan: “Stik toch vent.
Ik heb ook de hele dag gewerkt aan de opvoeding van de natie,
Maar krijg, als ik thuis kom ook nooit gratie.
Voor mij is er altijd een extra straf.
Ik vind die mannen laf.
Het huishouden is geen speciale hobby van de vrouw.
Ik wou dat zo’n man dat eens beseffen wou”.
Maar juf Den Arend geeft nooit op.
Al staat haar wereld op de kop,
Haar strijdlust stijgt dan snel ten top.
Het vuur was wel eens heter.
Gelukkig is dat nu beter
En werd zij na veel wandelen de slanke den
Aan wie ik geleidelijk aan al weer wat wen.
Ze heeft beloofd: “Niet alle kilo’s gaan eraf,
Want niets meer om het lijf, dat is wel iets te maf.


(Wijs: O, kom er eens kijken)

O, kom er eens kijken
Wat ze met haar computertje doet.
Leuk is ’t zo te spelen,
Maar ze weet niet hoe.
Een beeldschetrm en een toetsenbord
En Hennie die t5evreden knort.
Zij vult haar cijfers rij na rij
En is dan ook vreselijk blij.

O, kom er eens kijken, wat Hotmail Hennie nou weer kan.
Leuk is ’t zo te spelen,
Ze krijgt een kick ervan!

O, kom er eens giech’len.
Ik heb zo’n zin in een een beetje lol.
“k Lach mij de tranen.
Mijn ogen schieten vol.
Zo’n groepje dames bij elkaar
En dan zo lekker gieren maar.
Zelf knappen wij van ’t giech’len op,
Ook al krijgen wij dan op de kop.

O, laat ons giech’len,
‘k heb vaak zin in heel veel lof.
“k Lach mij de tranen.
Mijn ogen schieten vol.

LIED
(Wijs: In ‘t  groene dal, in ’t stille dal)

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeien.
Daar komt zij na ’t weekend volledig tot rust
En voelt zich snel niet meer zo uitgeblust.
Na thuis heel hard werken
Voor eega en vlerken
De Reitsmaburcht.
Na thuis heel hard pezen.
Kan ’t daar rustig wezen.
De Reitsmaburcht

LIED
(Wijs: Opzij, opzij, opzij)

Opzij, opzij, opzij.
Maak plaats, maak plaats, maak plaats.
Wij hebben ongelofelijke haast.
Opzij, opzij, opzij,
Want wij zijn haast te laat.
We hebben maar een paar minuten tijd.
We moeten springen, vliegen, duiken,
Vallen, opstellen en weer doorgaan.
We kunnen nu niet blijven, we kunnen nu langer blijven staan.

(Bis)

TEKST


Hij houdt wel van de jeugd
En wat hem zeer verheugt.
Hijzelf heeft soms een tweede,
Ook een derde later ziet hij best wel zitten.
Dat is ook beter dan wat zitten pitten.
Zo speelde hij vaak in het eerste als veteraan,
Want zonder hem was ’t niks gedaan.
Men verloor alle wedstrijden op een rij
Met hem er niet meer bij.
Vaak ligt hij de rest van ’t weekend op apegapen,
Kan van de spierpijn  bijna niet meer slapen.
Tot woensdag loopt hij kreupel van huis naar wagen
En kan er dan net in slagen
Een lokaal te bereiken, waar een stoel uitkomt biedt
To hij ’s avonds die bal weer ziet bij het trainen.
Zijn enkels doen ineens geen pijn meer, noch zijn schenen.
Alle pijntjes zijn vergeten. Zijn benen zijn niet zuur.
Voor voetballers bestaat geen ontwenningskuur.
Liever half geradbraakt door het leven, dan dat het met sporten is gedaan.
Naast het  coördineren
 En het skeeler leren
Verhuurt hij zijn schedel als instructiebord,
Waarop in ’t Oosterpark driftig geschreven wordt.
Hij voelt de pen en roept heel kwaad: “Hé kerel”
En kijkt dan pas opzij: ”Oh, doe jij dat? ……….Merel!”

LIED
(Wijs: Ik trek mijn wandelschoenen aan)

Ik trel mijn voetbalschoenen aan
En speel bij weer en wind.
Ik weet nog niet van stoppen man.
Ik ben daarin een kind.
Falderie, faldera,
Falderie, faldera-ha-haha,ha,ha.
Falderie, faldera,
Ja, ik ben daarin een kind

Ik mad zo graag eens blazen gaan
En blaas bij weer en wind.
Ik blaas ook dan mijn longen leeg.
Ik ben daarin een kind.
Falderie, falderie
Falderie,  falderie- ha- ha- ha- ha- ha
Falderie, faldera.
Ja, ben ik daarin kind.

Zo’n blaaskapel daar houd ik van.
Ik zwaai bij weer en wind
En houd die meute in ’t gareel, genietend als een kind.
Falderie, faldera,
Falderie, falderie- ha- ha- ha- ha- ha
Falderie, faldera,
KJa, ik ben daarin een kind.

Soms zie je mij wel skeeleren.
Dat doe’k bij weer en wind.
Ik sla dan lekker beentjes uit,
Falderie, faldera
Falderie, falderie- ha- ha – ha- ha- ha
Falderie, faldera
Ik ben nog lang niet kind.

LIED
(Wijs: In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeiwen.
Daar coördineert hij, en geeft ook nog les.
Hij zit vaak te denken en springt in de bres.
Hij zit graag te poesten,
In een tuba te hoesten
De Reitsmaburcht
“Opzij”,kon hij spelen.
Dat ging nooit vervelen.
De Reitsmaburcht.

LIED
( Wijs: Allen die willen ter kaap’ren varen)




Allen die helpen de school schoon te houden,
Moeten vrees’lijk geduldig zijn.
Klaas en Mientje en vaak ook Trinh.
Die zijn geduldig,
Nooit zelf eens schuldig.
Klaas en Mientje en vaak ook Trinh
Dachten bij ‘t poetsen niet aan gewin.

Steeds van een ander de rommel opruimen,
Wat moet je dan altruïstisch zijn.
Hier zit weer kauwgom en daar weer een vlek.
Steeds weer hetzelfde,
Steeds weer hetzelfde.
Nu nog dat bord schoon, ’t papier maakt je gek.
Ook maar opruimen.
Je houdt weer je bek.

LIED
(In ’t groene dal, in ’t stille dal)

In ’t groene land, in ’t stille land
Waar paardenbloemen groeien
En Mientje met Klaas steeds wat orde weer bracht.
Na een week vervuiling? Wie had dat verwacht?
Waar Klaas wel eens moppert
En Mientje zegt: “Stop it”.
De Reitsmaburcht,
Waar alles wat vuil is,
Meegaat met de vuilnis
De Reitsmaburcht.

TEKST


Trinh zet altijd koffie
Voor het hele leraarskloffie.
Ook zorgt hij voor thee en soep
En ruimt op hun troep.
Hij sjouwt wat af die man.
Gelukkig dat hij dat kan.
Trinh weet hoe alles moet,
Heeft hij niet het personeel opgevoed?
Hij ruimt al hun vuil weer weg
En sjouwt vuilniszakken naar de weg.
De grootste zakken laat hij staan.
Hij is met hun lot begaan,
Deze heren
Kunnen dus nog als leraar opereren.
Hij maakt recht …….. wat krom is;
Hij maakt schoon ……… wa\t vuil is;
Hij maakt glad ………wat bult is;
En wat nooit zijn schuld is,
Is het toenemen van geqwicht
Van een leerling die voor snoep zwicht.
Hij waakt tegen obesitas
Ook als hij soep kookt op het gas.
De donderdag vindt hij maar snert.
Hij doet die dag af met een erwt.
Zo na de championsleague zal hij niet klagen
En over voetbal kun je hem alles vragen.
“PSV niet goed,
Verdediging kan beter
Aanval gaat zoals het moet
,maar loopt soms voor geen meter’.
Als je hem portetteert,
Gaat het helemaal verkeerd.
Laatst liet ik hem een foto van hem zien
En zei: “Kijk, daar heb je de heer Trinh”
Hij nam hem tussen duim en wijsvinger
En begon inderdaad voorzichtig wat te glimmen.
Een scamp’re lach krulde olijk van ’t gelaat.
Of dat nu op zijn uiterlijk sloeg,
Was wat ik niet meer vroeg.

LIE
(Wijs: Allen die willen ter kaap’ren varen)

“Donderdag zal weer snertdag wezen.
Nooit mag ik maken wat bonensoep.
En na de pauze? Dan tel ik me rot.
Mijn centjes tellen
Niuewe snoep bestellen
Nu nog de afwas, de soep aan de kook
Met kleine ballen
Kan het zeker ook”.

Allen die willen het voetbal bespreken
Moeten wel weten, waar over ’t gaat


Dijkstra en Wever? ’t Kan ermee door.












Maar die De Haan dan
Zoals die zwamt man
















Kingma en Grijpstra? Ze gaan ervoor



















Maar die Van Dijk?
Hij zwamt onzin hoor.

LIED
(Wijs: In ’t groene land, in ’t stille dal)

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardebloemen groeien,
Daar kookt hij de soep voor de hele troep
Met groente en ….ballen? Daar moet j’op naar zoek.
En voetbaldeskundig?
Hij wordt dan uitbundig
De Reitsmaburcht
Verdediging heel slecht
En aanval ook niet echt
De Reitsmaburcht.

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardebloemen groeien,
Daar geven ze les aan de Reitsmaburcht
En ploet’r en en zweten zioj allen zich suf,
Waar straaljagers
De Reitsmaburcht,
Waar vogels tieren en boeren gieren
De Reitsmaburcht.

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeien. Daar geeft men ook les in handenarbeid.
Verdoret men geeft met zagen en knuts’len de tijd.
Waar juf Antje bemoedert.
De vlijt niet verloedert.

De Reitsmaburcht













Waar Judith de baas
En Kingma de haas is

















De Reitsmaburcht.

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardebloemen growien,
Daar leren ze plaatsnamen van de kaart.
’t Is Folkersma die daar voor hen staat,
Waar hij soms lispelt,
een kattestaart kwispelt
bij geografie.

Hij soms wel eens boos is
En toch ook heel loos is.
Bij geografie.

In’t  groene land, in ’t stille land,
 Waar paardenbloemen groeien
En jaarlijks geheid wordt door ruimtegebrek.
Wanneer is het eind daar, het wordt haast te gek.
Waar Oane steeds stencilt
Een les gecanseld






















En Laura wat belt,


Waar Dirk van de war is

En Stiksma naakt tennist,

Een leerling  zich meldt

In ’t groene land, in ’t stille land,
Waar paardenbloemen groeien.
Daar zingen en eten wij nu allemaal
En staan de collega’s hier heerlijk voor paal.
Waar Harald een jurk draagt
En Kingma een kind plaagt.
En Karst snakt naar taart


Waar Wassens een sprookj’is

En Dijkstra vangt “geen vis”.
Het is het waard.








vrijdag 30 maart 2012

JAAP VLIJM!!.......... COLLEGA!


Beste Jaap,



Vanaf nu ben je vrij om te doen wat je wilt.
Er zijn genoeg leuke dingen om vanaf nu te ondernemen.
Je hebt nu lekker veel tijd om aandacht te besteden dingen die je interessant vind en natuurlijk aan je kinderen en je kleinkinderen, zoals ik ook graag doe.

In de tijd, dat ik een collega van je was, heb ik veel van je geleerd.
Je wist altijd precies wat je wilde en waar je goed in was en daar maakte je altijd goed gebruik van.
Dit heeft veel indruk op mij gemaakt.
Het bijzondere aan jou was, dat je nooit eigenwijs was, terwijl het toch bijzonder was, wat je allemaal gedaan hebt!

Op je hoogtepunt werd je hoofd-administratie op de hoofdlocatie van het Lauwerscollege in Buitenpost, dit is ook het werk, wat je graag deed en men profiteerde daar ook van je kennis, maar volgens mij had je daar Directeur moeten worden!
Nu je afscheid neemt, vraag ik me af, hoe het daar nu verder moet…
Het zal jou een worst wezen, jij gaat vanaf nu alleen maar lekker ontspannen!

Mijn kinderen hebben ontzettend veel van jou geleerd, en praten er nog steeds over.
En ik weet zeker, dat je ook voor veel andere leerlingen heel veel betekend hebt!
Als ik thuis lekker in de tuin bezig ben komt er af en toe wel eens een oud-leerling voorbij, waar ik even een praatje mee maak en ze vertellen me dan hoe ze je gewaardeerd hebben als leraar.
Je had veel waardering voor mijn kinderen en dat had ik ook voor jouw kinderen.
Ik weet, dat je veel liefde en energie stak in de opvoeding van je kinderen.
Marike heb ik niet zo goed leren kennen, met haar heb ik nooit een balletje getrapt in tegenstelling tot Henri waar ik af en toe mee voetbalde.
Ik leerde hem kennen als een prettige jongen.

En Diderick vergeet ik zeker niet, omdat ik hem natuurlijk jaren les heb gegeven
Hij was altijd op een leuke manier aanwezig en ik had daarom altijd een aanleiding om iets leuks over hem te schrijven in de schoolkrant.

Omdat ik er op 12 mei helaas niet bij kan zijn, wilde ik toch iets leuks voor je
verzinnen, om je te geven.
Ik kwam op het idee wat oude schoolkranten bij elkaar te zoeken en de stukjes over jou daaruit te pikken en samen te voegen.
Zo is het een boekje geworden met allerlei leuke herinneringen van de tijd op de Hughemarke in Noordhorn en het Lauwers College in Grijpskerk.

Jaap, ik wens jou nog vele mooie jaren in goede gezondheid en ik hoop
dat jij en Hennie, de kinderen en kleinkinderen nog lang van elkaar mogen
genieten!




Vriendelijke groeten van Jan Thijs de Haan







Dit zijn allerlei korte stukjes uit oude schoolkranten, die ik voor deze gelegenheid heb opgezocht, allerlei leuke herinneringen:




Jaap Vlijm



Als hij praat, schreeuwt ‘ie
Als hij eet, vreet ‘ie
Als hij lesgeeft, rekent ‘ie
Als hij hobbiet, rekent ‘ie
Als hij ontspant, rekent ‘ie
Hij is de discoman
Daar regelt ‘ie wat an
Hij beheert veel potten
En laat zich niet bedotten
Ouderbijdrage, pot van ’t personeel
Niets is hem teveel
Rekenen doet hij graag
En het vullen van zijn maag
Hij is de enige onderwijsman
Die zijn salaris berekenen kan
Want als hij werkt, rekent ‘ie
Als hij eet, rekent ‘ie
Hij was bij de marine
En nu is hij een rekenmachine!





De nieuwe scholengemeenschap is zuinig met namen. Wat denkt u van:
Hut-Dam-Vlijm-Sip-Haan-Tees.
Het mag amper een naam hebben…....

Bij volleybal is meneer Vlijm een geducht tegenstander:
Zijn praatjes vullen de gaatjes

Meneer Vlijm:
Een smurf op een surf

Jaap Vlijm, oefenend voor het koor:

 "Wat ik in mijn keel heb? Vraag dat maar eens aan mijn ligbad?"  (Hennie wilde liever, dat Jaap alleen in de badkamer zijn zangkunsten oefende.
De mensen fietsten immers ver om het huis heen, als Jaap in de tuin stond te zingen…)

Als Vlijm in bad zingt, denkt zijn computer, dat iemand aan het balkon een aubade staat te brengen…

Hoe minder Vlijm wiskunde geeft, hoe mathematischer zijn humor wordt…


Logica van Vlijm:

Werktuig: 
tuig dat werkt
Hertog: 
hert op de tocht
Wandkleden:
behangen
Venten: 
meer dan een vent
Boksen: 
meer dan een broek
Fietsen:
Als het linkerbeen steeds
komt kijken, of het rechterbeen
wel wat uitvreet en vice versa.



Goede voornemens 1984, Jaap Vlijm:

Mezelf blijven.

Goede voornemens 1986, Jaap Vlijm:

Mijn 25 jarig jubileum als staatsvazal met gepaste bescheidenheid vieren en met lede ogen toezien hoe het bedrijf, dat ik voor de staat heb opgebouwd wordt verkwanseld aan de eerste de beste zakenman…

Het huis van Vlijm ligt zo vol met lesroosters, dat zijn vrouw al lang niet meer de schuld geeft aan de computer…

Vlijm sluipt snel het lokaal van jonge Haan binnen, grist iets van de tafel en verdwijnt weer even snel. Jonge Haan tegen de leerlingen: ‘Wie was dat mannetje?’

Meneer Vlijm heeft veel mee:

Je kunt hem overal verstaan…

Vlijm heeft het zo druk met het maken van lesroosters, dat zijn kinderen moeten leswisselen als er iemand aan belt bij de voordeur…

Als de computer niet meer kan, dan wat Vlijm beweert, dat hij kan, wie is dan van beide de slaaf, of is het een slechte computer, of wil Vlijm niet, dat hij meer kan…

Fondue avond.  De Hughemarke in Noordhorn:

De afwasserij na het fonduen duurt ruim een uur en als alles achter de rug is, verzucht Vlijm:

Er is nog over-we kunnen wel weer beginnen

Tja sommige mensen weten niet van ophouden…




Over een vierde klasser:
Juf Winter:  
een laiferd
Postma:  
en krotte
Juf Meyer:  
oh, wat een stuk!
Vlijm:  
Ik zeg niks…
Beek:
Voddenjas met knopen
Jonge Haan: 
Net Elvis
Ouwe Haan:
Shit, alweer mis!
Vrolijk:  
een pennensabbelaar
Van Dijk:  
een opgeblazen kikker
Postma:  
Ook een mislukte ping-pongbal
Juf Winter: 
Wat een engerd
De conciërge:
Net een verroest theelepeltje!
De leerling zelf:
Ik heb watjes in mijn oren!

Vlijm tegen een leerling die zware taal gebruikt:
‘ Kun je niet gewoon Nederlands praten?’

Vlijm:
Een weekend? Wat is dat voor een ding?

Vlijm:
Wie bedenkt er nou eindelijk eens een reden om het rooster over de kop te gooien. Ik raak helemaal uit vorm…

Vlijm:
Opstaan is werken!

Zit je naast het lokaal van Vlijm:
Heeft hij het over merkwaardige producten. Denk je:
Zit hij nou zijn leerlingen uit te schelden?
Maar nee hoor, blijkt dat ook wiskunde te zijn…

De heer Vlijm:
Veni, Vidi, Fusie…

Voordat Vlijm over de fusie spreekt, vragen we eerst of we nog een sigaret mogen roken…

Als Vlijm over de fusie spreekt, fluiten de kogels om je oren…

Als Vlijm over de fusie heeft gesproken, vragen we of de blinddoek af mag…

Vlijm over de kerstwijding:
Zij die zingen in het koor, doen niet mee met de muziek…

Diderick Vlijm en Lianne de Haan:
Zijn wij nou de enigen op school die erfelijk belast zijn?

Vlijm:
1+1=2! Dat dat nou zo moeilijk is…

Het Gonu-Conferentie te Kortehemmen

Ook onze ‘Kampcommandant’ staat in deze krant.
Hij schreef weer in het scenario
Het werd een thriller zo.
Ten eerste dwong hij ons op de fiets te reizen
En s’avonds moesten wij bier van hem hijsen.
Zelf zweeg hij na nummer……in alle talen,
Kon nog rechtop zijn bedje halen.
Daar sliep hij na zijn bereslok,
Als een varken in zijn hok.
Heeft van Pieters pyamarel niets gehoord.
Vlijm doet zo’n kamp onverstoord.
Spreekt onder het luisteren geen woord,
Vindt ook dat dat niet hoort.
Gedifferienteerd fietste hij weer naar zijn hen…
En sprak tot haar: ‘Zie je niet dat ik nu Vlijmscherp ben?’

Hughemarke Noordhorn, augustus 1984


Wiskunde uitleggen

Wiskunde uitleggen?
Niemand meer iets zeggen
Ik heb het nu wel duizend keer voor gedaan
Daar komt al weer een leerling aan
Een van klas drie en een van klas een
Spring ik weer voor het bord op dat ene been

Wiskunde uitleggen?
Jij mag het zeggen
Dat is toch wel een hondenbaan
Denk je: ‘Heb ik het nu goed gedaan?’
Die snapt het wel en die snapt het niet
Snap ik nou niet, dat jij het niet ziet?

Wiskunde uitleggen?
Wie zal het zeggen
Ik heb het vaak na de les gedaan
Kwamen er weer een paar leerlingen aan
Maar vermoeidheid ken ik niet
Zodat je me thuis niet voor vijf uur ziet

Wiskunde uitleggen?
Zal ik maar zeggen
Soms is het wel, soms niet gedaan
Toch geef ik er niet de bui aan
Dus als je me na de les weer bezig ziet
Denk dan maar: ‘Mijn vak is het niet!’

(Willem Wilmink)



Vlijmscherp

Nu schijnt Vlijm op een mannenkoor te zitten met een knijper op zijn neus.
De dirigent zag het ding wel zitten, hoewel voor ’t zingen niet, maar hij had geen keus.
Het aantal leden was, net als zijn haar, fors uitgedund.
En Vlijm, die zo a-muzikaal leek, in een koor, was toch wel een stunt.
Deze man zijn valsheid af te leren en te moduleren naar een zuivere klank.
Denk eens aan wat hij van zijn vrouw zou oogsten, én de buren: pure dank.
Niet meer deze krassende klanken, als hij ligt te spelen in bad.
Want van het dragen van die watjes, waren al die mensen zat!
Nu is het nog wel even bijten door de zure appel heen,
Want als hij toonladders gaat oefenen, dan komt het uit zijn teen.
Maar is dat leed geleden, dan is daar nog het matrozenpak.
Waarin Vlijm zich, toen hij nog niet zingen kon, van kop tot billen stak.
Nu mag hij daarin staan jubelen met kraag en haren overeind.
Zo in de korte broek, mond open, is hij al een hele vent.
En denk niet dat hij geen geluid maakt tussen al die mannen in.
In het begin was het nog playbacken, maar dat was Vlijm niet naar de zin.
Wanneer hij nu te hard gaat, dan pakken ze zijn bretels,
En tillen hem omhoog, want dan wordt hij wel zo hels,
Dat de stem gaat overslaan in ’t gewenste zachte geluid.
En hoor je van die hele scherpe stem in ’t hele koor geen fluit.


Eens zie ik hem er voorstaan
Met een stokje in de hand
Dan zijn koorleden en toehoorders
Voor altijd uit de brand
En bewondert men zijn kuitwerk
De achterkant van zijn gelijk
En ziet, wat staat die man sterk
Hij draagt zijn weelde vorstelijk
De muziek wordt dan meer mathematisch
En misschien ook wel wat statisch
Wat staccato lijkt het wel
Het klinkt als het tikken van de toetsen
Van de computer met een bel
Wanneer je dat programma gaat uitpetsen
Springt die Vlijm haast uit zijn vel
Want muziek zit in die dingen
Anders was die Vlijm toch niet gaan zingen?

Hughemarke Noorhorn, 1984



Neemt een snoekduik en denkt: ‘ Men kijkt met open mond’.
En inderdaad gans huize Vlijm volgt deze acrobatiek
Tot Hennie Huisvrouw zich bukt: ‘ Jaap? Ben je ziek?’
Want zie: wat niemand had verwacht,
Vlijm landde op de grond, onzacht.
Terwijl hij viel, kneusde hij zijn hiel.
En of hij dit nu wilde of niet, hij kon gaan zitten: voet omhoog.
En voelde toen een pijn die er niet om loog.
Ook sliep hij die nacht slecht.
Zijn vrouw sprak: ‘ Dit is wel echt!’
En het hele weekend plaagde hem die voet,
‘Weet u nog? Hoe dat met sportblessures moet?’


0 Gitariteit

Muziek viert bij ons toch al zo de boventoon.
Kende u het getokkel van gitaar Postma, o zo schoon?
Zijn vingers lang en welgeschapen voor dit vak
Spreiden zich over klankkast en snaren met groot gemak.
Bij hem bestaat zo’n instrument niet alleen maar uit een gat.
Dus een goede gitaar kopen, dan beleef je bij hem wat.
Zelden vindt hij het instrument van de juiste kwakiteit
En verdoet dan met dat zoeken, zoeken, heel wat tijd.
Maar ziet, plots leek het lot gekeerd,Postma zocht en vond, ’t ging niet verkeerd!




0 Dat koor van Vlijm loopt als een trein
 En volgens mij vindt hij dat zingen fijnLaatst zocht hij lied’ren uit voor ; t schoolkerstfeest.
Z stil is ’t door zijn zingen in dat vertrek nog nooit geweest.
De dirigent van ’t koor heeft woderen gedaan,
Terwijl in het begin hij hem nog maar net zagf staan.
Wat vroeger dorre klanken waren uit zijn mond,,
Ging nu als tintelende kristalbellen rond.

’t Was altijd A en B en C kwadraat
Pi en R en wat nog meer in ’t boekje staat,
Em verder nog wat cijfers en getallen
En nu plots deze klanken, zwevende kerstballen
Van het allerlichtste, fijnste materiaal.
Geen wonder dus die stilte in de zaal.

Een schone bariton. IK kneep mijn ogen dicht
En tuurde in mijn verbeelding in Marco Bakker zijn gezicht.
En ja hoor, geluid en fantasie pasten wonderwel bij elkaar.
Ja, dit koor is met deze nieuwe bariton nog langer lang en lang niet klaar.

Zal nieuwe lijnen uit gaan zetten in de keus van ’t repertoire
Ook voor stukken vroeger als te moeilijk aangemerkt is nu een plaatsje daar
En het koor zal hem volgen en bewonderen in ’t geniep
Wanneer zijn lange solo aan de beurt is
En wij die Vlijm stem kenden als ver dragend, streng en diep,
Moeten beamen: Deze ontwinkeling is lang niet mis’

Deze voortrekker in het roosters maken.
Kamoen leiden, computertoetsen raken,vergaderen voor allee raden en vommissies,
Wordt nu ook voorzanger, met permissie.

En hoort u boven het gekrijs der kind’dren
Dan plots verheven deze nachtegaal zingen,
Bedenk dan, hoe wij in onbze nopjes zijn,
Met deze welgeschapen bariton van Vlijm.

Mark Huge

JAAP VLIJM

0 Ode aan Postma



Het begon allemaal op een vrijdag, voetbal in de zaal.
Lekker rauzen: van de school baalden we allemaal.
Hij had al veel artistieke ballen weer getrapt.
Tot plotseling door Jonge haan op zijn voet werd gestapt.

Hij hinkte door de zaal heen en weer
Echt fatsoenlijk lopen kon hij niet meer.
Jonge Haan reed hem maar naar huis,
Zo’n kapotte enkel is een kruis.

De hefstweek trad spoedig in.
In voetbal kreeg hij alweer zin.
Ook het tennissen ging weer goed.
Hij sportte weer, want sport moet.

Wel kon hij wat stijf van zijn livhaam balen,
Maar ja, we hebben allemaal onze kwalen.
Wat rugpijn of een onwillige spier.
Ieder heeft zo op zijn tijd wel wat gemier.

Tot de conferentie ging zo alles naar behoren.,
Hoewel er nog wel eens een potje ytennis wwwerd verlore,
Moet hij maar een andere tegenstander kieze,
Hoeft hij ook niet te verliezen.

De avond ervoor knapte er iets in zijn voet
Voor de tweede keer ging het bij voetbal niet goed.
Alleen Jonge Haan
Had deze keer niet gedaan,

Fietsen naar Korte Hemmen ging niet door.
Toch ging bij hem de conferentie voor’
Wat pijnlijke voet vroeg hij een lift.
Hij kreupelde uit de auto, toen kwam de toegift.

Hij kreeg de vinger tussen de deur

En een pijn er zijn geen woorden veur.
Nog zie ik hem met bleken vertrokken smoel.
Hinkelend: De conferentiezaal is mijn doel.

Daar zat ie – voet op de stoel.
Maar wat er gezegd werd en gedaan
 Is vermoedelijk langs hem heengegaan.
Collega’s bezorgd bogen zich over hem heen.
“Arnold, hoe zit dat nou precies met je been”.

Juf Jansen wide aan de onzekerheid een einde maken.
Sprak : “Arnold, je moet de conferentie staken.
We gaan eerst naar Drachten naar het ziekenhuis.
Dan brengt juf Winter je weer thuis.
De week daarop werkte hij niet.
Voor de leerlingen een groot verdriet.
We hopen dat de voet hauw geneest
 En dat dit de laatse keer is geweest.

J. Verbult

Hughemarke Noordhorn, 1985
































































woensdag 14 maart 2012

HET AFSCHEID VAN JAN THIJS DE HAAN VAN HET LAUWERS COLLEGE

23 SEPTEMBER 2005
Bij het afscheid van Jan Th. de Haan van het Lauwerscollege te Grijpskerk













de zon schijnt en het is droog ...... dus Jan je regenpak is ergens in school.



















laatste woorden die de herinnering voor altijd zullen bepalen!
........of toch niet?



Verdikke, nou heeft Jan alweer m'n e- mailbox gehackt. Wat is het ook een lepe snoodaard!
Die dekselse snaak heeft zeker niks beters te doen in zijn vrije tijd. Nou ja, ik mail 'm wel even mijn groeten.

Erik Dijkstra











Jan de tijd vliegt. Nog niet zo lang geleden "ouwe Haan, jonge Haan". Nu al afscheid van de jonge, ons achterlatend in leegte.

"Veul plesair , mien jong en moak er wat van"

Jouw analytisch vermogen en serieuze gedachtenspinsels met humoristische ondertoon zullen de docentenkamer niet meer vullen.

Ook zullen de vaksectie collegae nooit meer serieus in kunnen gaan op een als grap bedoelde opmerking van jou.
Tijdens de leerlingenbespreking wist jij vaak leerlingen net even anders neer te zetten en daardoor kreeg een leerling weer glans.

Jan bedankt voor deze mooie jaren en ik wens jou al het goede!!

MARK






Het wordt steeds stiller aan de Ronde tafel!

GERUS FOLKERSMA










Beste Jan.

Jammer dat jij weggaat! Tijdens de badmintonsessies op vrijdag, was jij mij telkens te snel af.
Nu is de kans klein, dat ik ooit nog van jou zal winnen.

Een gezonde en sportieve toekomst met veel geluk.
MARK HOGEVEEN




Jan,

Bedankt voor alles collega!
Geniet van je wel verdiende vrije tijd en maak er wat van.
Veel geluk.

Groeten,
JUDITH








Beste Jan,

Lekker ontspannen maar geen vlotten bouwen.
Jammer van onze sportmiddagen. Jammer dat we je grapjes moeten missen.
Misschien kun je er over nadenken.

Kortom je hebt het verdiend en ik hoop dat je er lang van genieten mag.
Kom nog eens lang

Groeten Folko




Ruim baan voor Jan de Haan!!

Uitrusten vindt hij maar niets, hij racet met zijn fiets over velden en wegen.
Ik wens je zegen en niet teveel regen.
Bedakt voor je relativerend vermogen en je humor.

ROLF

Beste Jan,
geniet van je vrije tijd.

HENK



BESTE JANNEMAN!

Ik heb 1000 verhalen over jou n. a. v. al die dagen waarop ik hier in Grijpskerk aan het werk was samen met jou ......
Vooral het dubbelspel in het badminton zal ik missen. We waren goed!
Héj, geniet van je rust jongen en hopelijk eens tot ziens!

Groetjes CORNELIS



Jan, ik heb je zeer gewaardeerd als humorrijke sollega.

Ik wens je een gezonde fietsrijke toekomst.

PIET WESTRA
















naJ,

. La ki nok nepol tiurethcA
!nevyrhes tiurethca hov hi nak uN, eem tein  hlav teH guinefev naam
! tnuik traab

! nehrew et nemas wuoj tein mo reizelp lov neraj 4 neraw teH

DLORAH










Beste Jan,

Ik heb je in korte tijd leren kennen als een collega die erg plezierig in de omgang is met collega's en leerlingen.
Het gaat je goed en je geniet van je welverdiende vrije tijd.

MENNO VAN DER WAL







Wachtend op je gezegdes, vol humor en analyserend.

Bedankt voor je collegialiteit!

Alle goeds!

HENNIE


Ik vond je een fijne, originale collega met een heel bijzondere kijk op kinderen.
Dat ga ik missen.
Wens je veel plezier.

DETSJE




Jan, je bent van beroep een onderwijskunstenaar.

Je eindprodukt telkens opnieuw een kunstwerk!









Beste Jan, 
Na de 
"oude" haan, nu ook de "jonge"  haan. Een haanloos tijdperk breekt aan.
Jouw creativiteit zal gemist worden. Lappen tekeningen en gedichten bij de diplomauitreiking zullen in ons geheugen blijven

Ik wens je veel gezondheid, geluk en voorspoed in de komende tijd.

KAREL




Jan,

Wat zal het rustig zijn. Niet meer opletten en op mijn hoede moeten zijn, zonder de opmerkingen van jou.

Je probeerde mij toch steeds op de kast te jagen, maar nu kan ik blijven zitten achter mijn bureau.  

Ja, de telefoon die gaat nog al eens.

"Mag ik meneer De Haam van u?"

Het spijt mij, maar die werkt hier niet meer!


Tot ziens en wij komen elkaar vast nog wel tegen op de fiets.

groeten
LAURA






Beste Jan,

Helaas was het maar voor een enkel jaartje, maar de paaldamsende tussenuurtjes zal ik nooit vergeten.
Ik wens je heel veel fietsplezier in Nederland toe en hoop je weer gauw  te zien!

fijne groeten,

BAS VAN ROOIJ

BIJ JAN AAN TAFEL IS ER ALTIJD WAT TE LACHEN!
Kom nochris del!
Groetnis 

SYTSKE VAN ASSEN

ps. Geniet ervan.

Ik ken je nog niet zo lang, maar ondertussen heb ik wel begrepen, dat je in bent voor iedere stunt.

RIEKIE





Jan, bedankt voor alle zinvolle en zinloze gesprekken.

JOLANDA



Jan. jij bent een verhaal apart 's morgens vond jij op de fiets jouw start, genietend van ruimte, buiten en natuur daarna kregen voor jou het eerste uur van onderwijzen, prikkelen en lozen van ideeën aan die leerlingen, van reuzen tot pygmeeën en als het kan geregeld even ouwehoeren 'n pedagogisch praatje en naar koekeloeren observen, analyseren en praktiseren.
Nu je niet meer, werkt, werk je nog steeds.
Aan alles en iedereen zowel uit als thuis.
Hou de moed en de humor d'r in en geniet van alles en iedereen.
'k zou haast kunnen eindigen met een clichésong regel: 
ZING, VECHT.....
Het ga je goed
 JAN





















Jan, 

Als buurman van nr.9 heb ik jou leren kennen als een rustige fijne collega, die tijdens vergaderingen leerlingen in een paar zinnen kon typeren. Geweldig Jan!

Ik hoop. dat je samen met Heleen nog vele mooie jaren zult hebben. 
Bedankt Jan!

INA JUK - MEDEMA




DEAR JAN,

Je was een bijzonder aardige collega wiens subtiele woordgrapjes ik altijd bijzonder heb kunnen waarderen!
Ik mis je nu al .....

ATE

Ha die Jan!
Als vaksectie lichamelijke opvoeding hebben we altijd veel aan jouw goede voorbeeld gehad!

Een korte broek en altijd op de fiets!
Ik wens je de komende tijd heerlijk fietsweer toe!
Groet'n 
GERRIE BURUMA
Ik vind dat Gerrie groot gelijk heeft en ook ik wens je het allerbeste toe.
MEREL

Beste Jan,
Ik zit hier gedeprimeerd op een zonnige middag, op een zwart vel papier te schrijven. Waarom deze dag een zwarte bladzij is, komt doordat men geen foto van mij had. Ze denken zeker dat ik ook al met de vut ben, maar gelukkig al schrijvende en denkende aan jou wordt deze bladzij steeds zonniger en witter.(letterlijk + fig.)
P.S. (Ze hebben me net op de foto gezet.)
Het is nog steeds wennen, dat je hier niet meer op school werkt. Nog bedankt voor de jaren dat we collega's waren.
Zaken als, ronde tafelconferenties, aan de waterkant zitten, voetbal toernooi, badminton, volleybal vis, examen zingen, blijven in herinnering.
Nogmaals je was een fijne, rustige, relativerende, adviserende, humoristische collega. Bedankt
Gelukkig zijn er nog wat maatjes over en dat doet me denken aan "WAT IN HET VAT ZIT......" (gerus)
Jan geniet maar lekker van je wel verdiende "vut"
DIRK

Jan,
Bedankt voor je gezelligheid, je grappen, je woordspelingen.
Geniet van je vrijheid.
ANTJE
Jan, ik wens je veel fietsplezier in de toekomst en ik hoop dat je er nog heel lang van kunt genieten.
LIA